DE KOUTERVELDMOLEN
De
windmolens van Bornem waren op verschillende momenten in de geschiedenis verbonden met
de naam Van Barel.
In een document van 1325 wordt voor het eerst melding gemaakt van twee windmolens die aan "Mire Vrouwe van Baerle" toebehoorden, tegen een jaarlijks erfpacht van "60 viertelen rogge". De kouterveldmolen was gelegen op “…den grooten Bornhem Coutere, ter plaatse geheeten de Molenheyde, bij de straete die naer Doregem gaat”. Ook in 1393 wordt de Kouterveldmolen vermeld. De andere molen stond "op die groote Bornhemheyde op die syde van Savelberge". Hij werd tijdens de godsdienstoorlogen door de Staatsen en Calvinisten in 1583 afgebrand. Coloma, Heer van Bornem, liet in 1587 een nieuwe molen oprichten.
De Bornem Kouter was één van de belangrijkste en oudste ontginningen van Bornem. Op de “Caerte Figuratieve van den Graefschappe van Bornhem” van Pieter Meysmans (1676-1677) werd deze streek dan ook in grote letters aangeduid. Verder wordt er ook melding gemaakt van “Den Meulen Cauter”. Dat bewijst dat er in 1600 al een molen stond op de plaats waar later de Houten Molen zou komen. In de kerkrekening van 1675 lezen we: “…op den couter aenden meulen…” en ook “…aen den meulenbergh”
In het quohier van meetinghe van Graefschappe van 1755 komt volgende tekst voor (vertaling): “Jan Maes geeft per jaar 725 gulden voor de windmolen en de molen met paard op Bornhem Cauter alsmede voor het huis, hout en planten…”.In het Kasteelarchief van Bornem reg. 4 vinden we nog volgende tekst: "Ende al viel daventure dat eenich van den molenen te nieute ghinge, nochtans de lancxt gaende te winde soude moeten de gheheelen pacht betalen te wetene 60 halsteren rogs".De houten molen verloor in 1942 bij een storm 2 wieken en werd kort na de 2de wereldoorlog afgebroken. De laatste molenaar was Jules Van Barel.